EDITH TULP
FairPen Foundation
Edith Tulp is freelance journalist en mede-oprichter van FairPen Foundation, een organisatie die kinderen en jongeren via schrijftraining leert om voor zichzelf op te komen. Ze is geregeld in Oeganda en blogt voor MyWorld over haar ervaringen.

“Ik heb geen geld gepikt”, mompelt Charles. Hij zit in zijn kanariegele gevangenispak aan mijn voeten in het rulle zand. Ik zucht en kijk naar de hekken en het prikkeldraad achter hem en vraag me af hoe die andere gevangenen daar op de grond die gele halflange broeken en tunieken zo schoon houden. Charles tuurt in het zand, zijn magere benen onder hem gevouwen. Ik denk aan zijn vriendelijke en lachende gezicht, toen we elkaar twee jaar geleden leerden kennen. En nu dit. De gevangenis. Van Kotido nog wel, een negorij die zo gekopieerd lijkt te zijn uit een oude Amerikaanse wild west film. Het is verschrikkelijk om hem zo te zien.

“Our boy is rotting in jail”, las ik in mijn email vlak voordat ik naar Oeganda ging. Daarmee liet docent en mentor Calvin weten dat Charles bepaald niet op school zat waar hij behoorde te zitten. Charles ontmoette ik, toen ik twee jaar geleden als een soort halfbakken Calamity Jane een maand lang in Karamoja doorbracht: het woeste en stoffige noordoosten van Oeganda. Terwijl ik FairPen op twee scholen introduceerde, was ik me ervan bewust dat ik a. de enige blanke in een verre omtrek was, b. (maar dat wist ik al) aanvallen van ‘warriors’ riskeerde (verwant aan de Turkana-krijgers, maar dan Karimajong geheten) c. het snikheet was in die verblindende zandstormen en d. dat er bijna geen eten was, omdat ze steeds vergaten voor me te koken. De eerste week, in het plaatsje Moroto, was ik nog samen met FairPen’s Oegandese voorzitter Fred. Als voormalig kindsoldaat is hij wel wat gewend, maar hij bleef maar herhalen hoe primitief hij het wel niet vond in Karamoja. We waren dan ook blij toen we Charles zomaar ergens op straat tegenkwamen. Ik schatte hem op een jaar of 17. Hij bleek aangenaam en vooral betrouwbaar gezelschap. Hij bleef een maand bij me en hielp me met van alles. Ik kwam erachter dat hij wees is en afhankelijk van zijn tante Rita die een hekel aan hem heeft. Ik besloot hem een kans te geven. Een aantal lezers onder ons gaven gul aan die kans.

School gemist

Charles kortom stuurden we terug naar school. Hij had eerder op de middelbare school gezeten dankzij een beurs van de nonnen, maar had zijn O-level (soort mavo tot klas 4) niet afgemaakt. Bij zijn aanmelding op Kotido Secondary School, waar ik hem introduceerde, bleek ineens dat hij al vijf jaar lang school had gemist en al over de 20 was. 24 Zei hij zelf. Het maakte niet zoveel uit. Er zitten veel van die grote stoere jongens op school die anders zonder een opleiding, voor een gewelddadige carrière als warrior kiezen (waarbij ze vee van buurstammen en meisjes roven en ‘en passant’ autoverkeer overvallen waarbij ze de inzittenden vermoorden. Beter laat dan nooit. Ook voor Charles..

De school accepteerde hem, maar hij moest wel beginnen in de derde klas. Ik bedacht dat als hij de derde en uiteindelijk de vierde klas zou halen, dat we hem dan een vakopleiding konden aanbieden en vervolgens een baan bij FairPen. Docent Calvin wierp zich op als mentor en alle zaken betreffende Charles gingen via hem. En zo ging Charles in februari 2009 weer braaf naar school. Ondertussen hield Calvin me op de hoogte. “Charles needs a lot of counseling”, liet hij regelmatig weten.

Tja, de jongen had een zwaar verleden. Charles zelf belde me met enige regelmaat. Dan waren zijn lakens en schoenen weer gestolen, zijn oom was gestorven en hij moest naar de begrafenis en dan weer had hij geld nodig voor boeken. Ik wist dat het erbij hoorde, dat gezeur, maar aan de andere kant had ik een duidelijke overeenkomst met hem dat hij een bepaald bedrag kreeg en niet meer. Daar wilde ik me aan houden. Op school haalde hij redelijke punten en hij was zo populair dat hij tot schoolprefect werd gekozen. Maar toen ik begin dit jaar zijn bericht kreeg of ik wilde lappen omdat hij zijn rapport naar de vierde klas was kwijtgeraakt (in een brand), begon ik een beetje te balen. “Er is altijd wat met die jongen”, schreef ik Calvin.

 

foto: Calvin op de veemarkt in Kotido

Zakenvrouw

En toen opeens dus het bericht dat Charles is opgepakt omdat hij 670.000 Oegandese Shilling (ongeveer 225 euro) heeft gestolen van een Oegandese zakenvrouw in Kotido. Een godsvermogen. Mijn bezoek aan twee FairPen scholen in Kotido, geeft me gelegenheid polshoogte te nemen. Calvin vertelt me het verhaal in geuren en kleuren. Hoe Charles er getuige van is als de zakenvrouw het bedrag, een aflossing van haar schuld voor een microkredietfonds, ontvangt. Charles kent haar, gaat er vaker op bezoek en op het moment dat er alleen een kinderoppas thuis is, ziet hij zijn kans schoon en jat hij het bedrag onder een kussen vandaan. “Het bewijs is overweldigend”, zegt Calvin als ik twijfel. “Ik dacht dat hij naar zijn tante in Moroto was, ik had hem geld voor de bus gegeven, maar ik zag hem op zondag en hij zag er heel gelikt uit.” Nieuwe schoenen, mooie kleren…

Diezelfde avond wordt Charles dronken opgepakt. Tussen de kratten bier en lokale gin, die hij heeft ingeslagen en samen met zijn vrienden opdrinkt.. De politie smijt hem op z’n buik in een open pickup en trapt hem in zijn rug. Hij blijkt ook een gloednieuwe telefoon bij zich te hebben. De politie verhoort hem en Charles komt met de ene na de andere tegenstrijdige verklaring en die gaan allemaal over goedwillende mensen die hem geld geven. Een non, een oud-leraar, Unicef zelfs… en hij liegt dat hij barst. In één ding blijft hij consistent: hij blijft ontkennen dat hij het geld heeft gejat.

Muzungu

Het bewijs is dus overweldigend. En nu ben ik er: de muzungu. En de muzungu gaat het allemaal oplossen. Want daar zijn muzungu’s voor. Er zijn een paar opties: ik koop hem op borgtocht vrij of ik betaal het slachtoffer het volle bedrag terug, zodat zij haar aanklacht intrekt en Charles gewoon zijn vierde klas afmaakt.
“ Geef hem nog een kans”, zegt Calvin.
“ Nog een kans?”, vraag ik verbaasd. “ Maar waarom dan?”

Het geval houdt niet alleen mij en Calvin bezig. George, de chauffeur met wie ik op stap ben, begint zich ermee te bemoeien en eigenlijk bemoeit iedereen die ik tegenkom zich ermee. Gedurende de dag begin ik me steeds schuldiger te voelen. Wat ben ik voor een vreselijk mens die de jongen laat rotten in het gevang? Geleidelijk aan begint het me te dagen dat iedereen me als a.een wandelende geldmachine en b. de moeder van Charles ziet en een moeder zorgt voor haar zoon. “Wil een moeder haar zoon dan niet redden?” “ Maar hij liegt, bedriegt en steelt”, werp ik tegen. “En dat gaat echt niet zomaar veranderen hoor.”

En zo zit ik in het vroege middaguur in de gevangenis van Kotido. Die bestaat uit hekken, prikkeldraad, hutten en vooral stof en oogt eigenlijk niet veel slechter dan de woonomgeving erbuiten. Kotido bestaat namelijk ook uit stof en hutten, met als centrum een stenen rotonde waarop vier zandwegen uitkomen. De gevangenen werken op het land en krijgen net zoals op school posho (deegpap) met bonen te eten, maar dan wel van een hele inferieure kwaliteit, laat ik me vertellen. Onder het toeziend oog van een paar vriendelijke gevangenisbewaarders zit ik met Calvin en George op een bankje met aan onze voeten onze protégé. George probeert op hem in te praten. “Als je de waarheid vertelt”, zegt hij, “gaan we je helpen, dan halen we je vandaag hier nog uit.”

Lieve bajesklant

Ook het gevangenispersoneel bemoeit zich er tegenaan. Ze zeggen dat Charles zo’n lieve bajesklant is en zich zo goed gedraagt. In stilte hoop ik dat Charles niet bekent, want dat betekent dat er een zwaar beroep op me zal worden gedaan, Help… En dan zijn vervolgopleiding. Die ga ik toch echt niet bekostigen. Ooh, wat ben ik een slecht mens om zo te denken.
Charles geeft geen kik.
Calvin zegt: “De jongen heeft nooit ouderlijke liefde gehad, hij is erg beschadigd”.
Ik zeg: “Zo zijn er heel veel in Karamoja en die stelen niet allemaal.”
Ik denk aan het geld dat er nog is voor Charles en dat ik van plan ben aan Calvin te geven…. Dat weet Calvin nog niet. Maar hoe moet dit nu allemaal?

We rijden nu weer terug naar het stadje waar Calvin me wil laten kennismaken met het slachtoffer van de diefstal. Dat gaat gelukkig niet door, omdat de gevangenisbewaarder belt en zegt dat Charles wil praten: alleen met mij onder vier ogen. Ik dus weer terug naar het gevang. Ik pak mijn opschrijfboekje om vooral ook enige afstand tussen mij en Charles te creëren.

“Ik heb het geld gepikt”, fluistert Charles, “ Maar alleen de helft, 300.000 shilling en die heb ik ’s avonds met mijn vrienden opgedronken. Ik heb slechte vrienden.”
“ Maar Charles, hoe kom jij dan aan een nieuwe telefoon, schoenen en kleren?”
Er volgt een ingewikkeld verhaal met verschillende bedragen die hij van verschillende mensen heeft ontvangen. Hij leeft helemaal op van zijn eigen verhaal. Alsof hij het zelf gelooft.
“ Die mensen gaan we wel natrekken, Charles, dat weet je toch?”
Dat weet Charles en ik weet dat die mensen dat geld nooit hebben gegeven.
Zo on-intelligent kan hij toch niet zijn? Misschien is Charles gewoon een pathologische leugenaar, die kunnen mensen toch ook zo goed mobiliseren en manipuleren?
“Het is een persoonlijkheidsstoornis”, leg ik Calvin en George uit. “ Het heeft geen gevangenisstraf nodig, maar een psychiater.” Calvin en George vinden dat een geweldige mop.

Leeftijd

“ Charles, hoe oud ben je eigenlijk?’, vraag ik.
“21”, zegt Charles.
“ Bij de politie zei hij dat hij 17 is”, zegt Calvin.
“ Ik denk dat hij 27 is”, zegt George.

Onze ‘ boy’ rot nog een tijdje verder in jail, ben ik bang. Ik heb Calvin gevraagd hem zijn boeken te brengen en eens in de zoveel tijd zal ik hem opzoeken. Tenzij iemand anders nog een idee heeft, ben ik bang dat dit het enige is wat ik voor Charles kan doen. Die avond geef ik Calvin het geld.
“Dit is het geld dat voor Charles is bedoeld, maar ik geef het jou omdat je zoveel voor Charles hebt gedaan en nog steeds doet en omdat je een auto ongeluk hebt gehad en je de dokter niet kan betalen”.
Calvin zegt: “Daardoor kan ik ook het schoolgeld voor mijn zoon niet betalen”.
“Dat weet ik”, zeg ik. “Ik hoop dat je het geld goed gebruikt”.
En dat zal hij doen; hij zal het niet gebruiken om Charles vrij te krijgen of om het slachtoffer terug te betalen.
In Karamoja gaat alles over overleven.